Een boek dat onder je huid kruipt
Ter voorbereiding van het stadsfestival Congo aan Zee, las ik deze autobiografie. Dit boek is het aangrijpende relaas van Andrée Blouin, een métisse geboren in de Centraal-Afrikaanse Republiek, dochter van een Franse koloniaal en een Afrikaanse moeder. Al op 3-jarige leeftijd wordt ze van haar moeder gescheiden en belandt ze in een hardvochtig nonnenklooster voor 'meisjes van gemengde rassen'. Pas op haar zeventiende, met de dreiging zelf uitgehuwelijkt te worden, ontsnapt ze uit dat klooster met een paar vriendinnen. Ze overleeft door te werken als naaister. Ze ontdekt de liefde, maar ze staat kritisch tegenover het koloniale systeem. Wat haar echter radicaliseert en revolteert is de dood van haar zoontje die medicatie wordt ontzegt omdat hij 'zwart' is. Pas in haar derde huwelijk met André Blouin, komt haar strijd in de dekolonisatie tot volle bloei. Eerst in Guinée, daarna in Congo. Ook ontpopt ze zich als een boegbeeld in de Afrikaanse vrouwenbeweging Ze ontmoet tal van belangrijke Afrikaanse vrijheidsstrijders en ontmoet ook Patrice Lumumba. Ze wordt uiteindelijk zijn adviseur en speechschrijfster. Dit boek geeft dan ook een bijzondere inkijk in de laatste momenten van Patrice Lumumba en de tragische dekolonisering van Congo. Haar levenseinde is bitter. Dit boek leest bijzonder vlot, maar het is evenzeer erg aangrijpend. Als mama van een métis, kon ik me erg inleven in haar pijn die je niemand zou toewensen.