Marguerite Duras duikt nóg een keer in de liefdesroes uit haar jeugd
Al het verbodene dat Marguerite Duras (1914-1996) in 1984 blootlegde in De minnaar komt zeven jaar later terug in De minnaar uit Noord-China: de wederzijdse hartstocht tussen een wit schoolmeisje en een twaalf jaar oudere, steenrijke Chinees; de intimiteit tussen haar en haar zwakbegaafde broertje; de mengeling van liefde en haat voor haar moeder; haar zwak voor de begeerlijke onschuld van haar pensionaatsvriendin Hélène Lagonelle.
De aanleiding om De minnaar uit Noord-China te schrijven, was het nieuws van zijn overlijden dat haar compleet overrompelde. In het voorwoord bij de roman klinkt het zo:
‘Ik heb het werk waarmee ik bezig was, laten liggen. Ik heb de geschiedenis geschreven van de minnaar uit Noord-China en het kind: die was er nog niet in De minnaar, de tijd om hen heen ontbrak. Het schrijven van dit boek gaf me een waanzinnig gevoel van geluk. Een jaar lang leefde ik ondergedompeld in de liefde tussen de Chinees en het kind.’
Zo keert ze dus nog een keer terug naar Frans-Indochina. Het is 1930. Ze is vijftieneneenhalf. Ze staat op het dek van de veerboot die haar over de Mekong van Sa Dec naar Saigon brengt. Een elegante, zevenentwintigjarige rijkeluiszoon uit Noord-China laat zijn oog op haar vallen tijdens die overtocht. Meteen is hij in de ban van het witte schoolmeisje in haar versleten mouwloze jurk van natuurzijde met daaronder hooggehakte schoenen van goudlamé. Zo mogelijk nog opvallender is haar rozenhoutkleurige vilten mannenhoed met een platte rand en een breed zwart lint. Zij is onder de indruk van zijn zwarte limousine, een Morris-Léon Bollée. Ze raken aan de praat, waarna hij haar aan wal een lift geeft. Van het een komt het ander.
In 1984 beschreef Marguerite Duras in De minnaar al de roes van liefde en lust tussen hen. Die vormden het hart van deze roman, goed voor een Prix Goncourt. Verder komen daarin ook de koloniale samenleving in het vooroorlogse Vietnam aan bod, de wortels van haar schrijverschap en de complexe relatie met haar twee broers en haar moeder. Zeven jaar later, ze is dan maar liefst zevenenzeventig, duikt ze in het indringende De minnaar uit Noord-China nog een keer ongeremd in die liefdesroes uit haar jeugd.
Op mijn weblog Boekanza schreef ik over beide romans in deze post: In de kijker – ‘De minnaar (uit Noord-China)’ van Marguerite Duras