Gerda van Erkel
Leestip van Gerda van Erkel

Tussen geworteld zijn en reikhalzen

5 september 2026 - 42 keer bekeken

“Iets ter grootte van het universum - Jón Kalma, Stefánsson” *****

Komt het alleen omdat niet op de cover stond dat dit boek een tweeluik vormt met het eerder verschenen ‘Vissen hebben geen voeten’ dat ik aanvankelijk het gevoel had dat ik de personages al moest kennen, iets van hun voorgeschiedenis, en wat hen onderling verbond?

Het eerste deel las ik jaren geleden. Het was overigens mijn eerste kennismaking met de auteur. Het was ook liefde op het eerste gezicht.

Omdat ik ook nooit achteraan ga kijken, tot ik er nu toevallig een papier met mijn notities had gestoken, miste ik ook een hele tijd de toch wel verhelderende stamboom.

Maar los daarvan, kan het ook niet zijn dat het Stefánssons intentie was om ons maar mondjesmaat in het verhaal binnen te laten? Ongetwijfeld wel. Hij weet hoe hij een roman moet opbouwen, hoe hij de spanningsboog moet aanspannen.

En ik houd er wel van om als lezer uitgedaagd te worden, midden in het verhaal gegooid te worden, in het diep, en samen met de personages grond onder de voeten te moeten zoeken. Om één van hen te zijn.

Stefánsson zet draden uit, op het soort weefgetouw waarmee ik mijn eigen schrijven weleens vergelijk. Draden in een rooster, die steeds nauwer met elkaar verweven en verknoopt worden, waarna je aan het eind gaten vult en losse eindjes wegknipt, zodat alles met alles te maken heeft en niets overbodig is, geen enkel detail. Het verhaal is klaar als je één enkel knooppunt overhoudt, de top van de piramide.

‘Iets er grootte van het universum’ is vernuftig opgebouwd. Met sprongen in de tijd, maar dat is maar zoals het leven zelf, toch? Tijd krimpt of rekt zich uit, afhankelijk van de omstandigheden, onze stemming, onze herinneringen en onze verlangens, van onze dromen. Van hoe ver weg ván of hoe dichtbij we bij de liefde staan, hoe ver weg of hoe dichtbij we staan bij de dood.

En hoe dichter bij de dood, de onze of die van degenen met wie we geleefd hebben en die ons gevormd hebben, dwingen ons om ons met hen en onszelf te verzoenen.

Om minstens de waarheid te achterhalen, alles van alle kanten te bekijken.

Daar gaat ‘Iets ter grootte van een universum’ over – zo complex en diepgaand dat het nietszeggend zou zijn om het hier over feiten, gebeurtenissen te hebben. Ze zijn ook maar de bovenlaag van het verhaal, van élk verhaal. Wat wezenlijk is, is hoe ze op de mens inwerken die ze ondergaat. Hoe het zijn leven van zijn baan doet afwijken dan wel het eindelijk, of opnieuw, de juiste kant op krijgt.

Door zijn benadering – de tijdsprongen en de filosofische en poëtische teneur van zijn rijke taal – verplicht de auteur tot langzaamheid, tot aandacht en introspectie.

Maar het loont. Als alles samenkomt, krijg je een subliem resultaat, een ontknoping die diep ontroert.

Stefánsson zet een familiegeschiedenis over verschillende generaties neer. Hoe ieder worstelt met het lot, het grote lot van de wereld, of minstens van IJsland dat moet opboksen tegen de rest van de wereld, en tegen de natuur, de werkloosheid, de armoede, en het kleine lot van elk individu, de persoonlijke tragedies.

‘Het is namelijk zo dat het verhaal van de wereld de ene kant opgaat en het verhaal van het individu een totaal andere kant, en daarom moeten er minstens twee versies van de geschiedenis van de mensheid met evenveel bestaansrecht bestaan.’

Verder is er niet alleen de geschiedenis van de wereld en die van het individu, er is ook een geschiedenis van mannen en er is er een van vrouwen, en in IJsland ‘maakt de zee mannen van de mannen en het land maakt vrouwen van de vrouwen.’ Overdag lokt het avontuur de mannen en willen de vrouwen behoeden, maar soms, als ze dromen, vervagen de grenzen.

Stefánsson begrijpt ze allebei, de mannen en de vrouwen, van binnenuit, en ook over hun hardste kanten schrijft hij met hartverwarmend mededogen.

‘De sterrenhemel draait boven IJsland, maar hier draait het universum om de vis.’

Van dromen kun je niet leven, ‘de sterren doen het werk niet voor ons’, maar

‘Degene die zonder dromen leeft en zich simpelweg met de stroom mee laat voeren, heeft de genade van de hemel noch de kwellingen van de hel begrepen. Hij wordt zowel door God al de duivel afgewezen.’

En het ergst voor een mens is een talent te hebben en het niet te benutten.

Als je om welke reden ook niet voor je dromen gaat. Omwille van de boterham, om je vader niet teleur te stellen, om de wond van je moeder te helen.

Niets is zo verdrietig als te leven op de plek die niet jouw plek in het leven is. Omdat je nooit thuis kunt zijn in de droom van een ander. In een droom die niet de jouwe is.

Daar lijden ze aan, vrouwen én mannen, maar de vrouwen misschien nog meer, zeker in de vroegere generaties, ze zijn bestemd voor andere rollen, het leven en de werkelijkheid botsen met hun dromen en dat verlamt en verstikt, tenzij ze opstandig worden.

Ieder heeft zijn leven, maar het is er ook maar één.

En daarom ‘is de liefde zowel opoffering als evenwichtskunst’ – om de eigen onafhankelijkheid niet kwijt te raken.

En als je de liefde hebt, stroomt het universum door je heen.

Zo wil Ari het zich herinneren, zelfs als het niet echt zo door zijn moeder gezegd zou zijn.

‘Sommige herinneringen zijn ook van dien aard dat ze zich aan de werkelijkheid hoeven te houden.’

Liefde, literatuur en dood worden in één en dezelfde adem genoemd. Het zijn grote woorden voor kleine mensen in het dagelijkse bestaan, maar het kan er, zoals gezegd, door uit koers geslagen worden, zichzelf ten gronde richten of, als je er de moed voor hebt, het eindelijk of opnieuw ten goede keren.

Als Ari erin slaagt het familienoodlot van gefnuikte dromen te doorbreken, die van generatie op generatie overgaan. De honger naar méér dan het harde bestaan. Want ‘Wat komt er van gerechtigheid en schoonheid terecht als de idealen doodgaan?’

Maar dan moet hij wél over zijn schaduw stappen, over zijn angsten dat hij maar een dwergplaneet is in dat grote universum.

Er zal ook gepraat moeten worden. Dat op de allereerste plaats. Want ‘Wie niet kan praten eindigt ermee iedereen om zich heen te kwetsen.’ En ‘met wie zijn wonden niet heelt, kan het slecht aflopen.’

Is alles dan weemoed en somberheid?

Nee, er zijn de prachtige, aangrijpende passages over liefde in zijn tederste vorm, tussen een moeder en haar kind, tussen geliefden, tussen broers en zussen, tussen de kameraden, en zelfs voor de zee, de ongenadige zee die ook vol vis zit en vis geeft jou en wie je liefhebt een volle maag, een dak boven het hoofd, zo simpel zou het moeten zijn, als er niet ook de sterren waren, die andere honger, die niet te stillen hunkering. Als je naar de sterren kijkt, doet dat iets met een mens, als je door de telescoop de hemel ziet opengaan, schrijft Margret in haar dagboek.
Maar de ongenadige zee – en ‘Toch is niets zo mooi als de zee. Ik weet niet wat het is dat haar zo mooi maakt. Is het omdat ze veel groter dan de mens is en toch die rust bezit?’
En de liefde voor de poëzie, voor muziek, de weemoedige of die van Elvis die harten ontsluit, of Schuberts Winterreise die bevroren tranen doet smelten.

Nee, niet alles is weemoed en somberheid.

‘Zolang je leeft is het niet te laat. Zolang iemand leeft is het niet te laat.’

‘De dood gaat door ons allen heen, hij neemt alles mee, droogt alles uit, ons enige verweer is te leven en het verhaal te vertellen. De levenskracht in woorden achterlaten. Het overwint de dood niet, maar het voorkomt misschien dat de dood het leven overwint.’

Poëzie, een mooi verhaal, maakt de grote wereld inderdaad niet mooier, niet beter. Maar als ze ons maar meer mens maken. Dan.

Net dat bereikt Jón Kalman Stefánsson altijd weer.

En zoals deze roman aansluit op ‘Vissen hebben geen voeten’ vind ik er ook de sporen in die al verwijzen naar ‘Yellow submarine’, dat ik eveneens enkele jaren geleden las. Met dezelfde thema’s, dezelfde intimistische sfeer, dezelfde ijkpunten uit mijn eigen jeugd, die nieuwe tijd die zich aankondigde, al is Stefánsson elf jaar jonger dan ik.

Hem lezen is tegelijk reizen en thuiskomen.

Synopsis

Als een IJslandse familie uit elkaar dreigt te vallen door ingrijpende gebeurtenissen is het de vraag of de familie door liefde bij elkaar kan blijven.

Gerda van Erkel
Leestip van Gerda van Erkel

Iets ter grootte van het universum : een familiesaga
Titel:
Iets ter grootte van het universum : een familiesaga
Auteur:
Jón Kalman Stefánsson
Vertaler:
Marcel Otten
# pagina's:
339 p.
Genre:
Romans
Uitgeverij:
Ambo|Anthos
ISBN:
9789026334573
Materiaal:
Boek
Onderwerp:
IJsland ; 20ste eeuw, Vader-zoonrelatie, Familie
Aanbevolen voor:
Aangrijpend,
Inspirerend,
Meesterlijk

Gerelateerde leestips