Wonderschoon en bitterzoet
Een aantal maanden geleden las Lara Taveirne het eerste hoofdstuk van Meisjes van krijt voor in Galerie Beau Site op de Oostendse zeedijk, tegen een achtergrond van mismatched vintage meubelen in een Art Deco-interieur. "Wat kan ze mooi vertellen", dacht ik toen, terwijl ik met mijn ogen halfdicht meegevoerd werd richting de kliffen van Calais. Ze had het krantenknipseltje mee dat ooit de inspiratie opleverde voor dit verhaal, en als uitsmijter stelde ze Aäron voor, een strandjutter met glanzende ogen en een blauwe kepie die bevlogen zijn mooiste en bizarste vondsten aan het aanwezige publiek kwam presenteren.
De Noord-Franse kust is voor mij het perfecte toneel voor melancholie, ik vertoef er graag. Op het strand, maar vooral in de nabijgelegen straten vol kustvilla's die qua stijl al al lang niet meer als toonaangevend kunnen worden bestempeld. Het voelt er een beetje als wandelen in een door de zon gebleekte foto.
Meisjes van krijt neemt me moeiteloos mee naar deze oorden, het verhaal kan naar mijn gevoel op geen enkele andere plaats hebben plaatsgevonden.
Taveirne schrijft zo eenvoudig en toch zo wonderschoon, over gewone mensen die ongewone keuzes maken.
Synopsis
Twee hartsvriendinnen plegen in hun tienertijd onverwacht allebei zelfmoord, maar het lichaam van een van hen wordt nooit gevonden.