Het verleden als een in de ochtendzon verdampende nevel
Om niet te verdwalen was ruim tien jaar geleden de eerste roman van Patrick Modiano (1945) die ik las. Er zijn er nog heel wat gevolgd, maar ik tip toch deze waarmee het voor mij begon en waarvan de beginscène me na al die jaren nog levendig voor de geest staat.
Daarin wordt de al wat oudere schrijver Jean Daragane op een hete nazomermiddag in de zorgvuldig afgeschermde wereld van zijn Parijse appartement opgeschrikt door de telefoon. De ‘insectachtige opdringerigheid’ waarmee een man met ‘een weke, onheilspellende stem’ hem zijn kwijtgeraakte adresboekje wil teruggeven, stuit hem meteen tegen de borst. Toch komt het tot een ontmoeting met deze Gilles Ottolini.
Die laat zich flankeren door een vriendin en blijkt een verborgen agenda te hebben: tussen Daraganes contacten is hij ene Guy Torstel tegengekomen, en die interesseert hem in verband met een oude misdaadzaak. De naam zegt de schrijver in eerste instantie niets meer, maar daarmee neemt de ontstemde Ottolini geen genoegen. Hij hangt een dag later opnieuw aan de lijn en wijst Daragane er fijntjes op dat er in zijn roman De duisternis van de zomer een personage met die naam voorkomt. Via Ottolini’s vriendin – of is zij een handlangster van de ‘bemoeizieke steekneus’? – ontvangt de schrijver bovendien een dossier over de misdaadzaak. Het aanklampende duo hoopt dat het iets zal losmaken in Daraganes geheugen.
Sommige elementen uit de zaak woelen effectief vaagweg details op uit zijn kindertijd, vooral dan de naam Annie Astrand. Begin jaren vijftig had zijn moeder hem bij haar achtergelaten. Zo woonde hij als zevenjarige een tijdlang bij Annie in een grote villa in Saint-Leu-la-Forêt, een eindje buiten Parijs. Te midden van een voortdurend komen en gaan van louche types was ze zijn enige houvast. Zijn herinnering aan haar is beperkt tot eerder vluchtige indrukken: haar vaak moederlijk op zijn schouder liggende hand; het geluid van haar wagen op het grind als ze ’s avonds laat uit Parijs terugkwam, de motor die afsloeg en vervolgens haar voetstappen op de gang; het in vieren gevouwen blaadje waarop ze hun tijdelijke verblijfadres in Parijs noteerde, ‘OM NIET TE VERDWALEN’.
Toen Patrick Modiano in december 2014 de Nobelprijs voor Literatuur in ontvangst nam, haalde hij in zijn dankrede zijn kindertijd aan als een motor van zijn schrijverschap. Ook hij werd, zo vertelde hij, vaak toevertrouwd aan steeds weer wisselende vrienden van zijn ouders die hij niet of nauwelijks kende, zonder zich daar destijds over te verbazen. Pas later waren de mysteries daarrond tot hem beginnen door te dringen. In dit soort raadselen, die zich in de realiteit niet laten ontrafelen, doopt hij graag zijn pen.
Verwacht dus ook geen sluitende antwoorden in Om niet te verdwalen. Namen, gezichten en plaatsen (bijna altijd in Parijs) keren vaak in Modiano’s oeuvre terug, maar er blijft steeds een sluier omheen hangen. De opheldering van mysteries is dan ook Modiano’s handelsmerk niet. Zijn gebalde romans gaan over iets diepers onder de oppervlakte, over details uit ons leven die we vergeten zijn omdat ze ons hinderen of te veel pijn doen.
Synopsis
Een gedesillusioneerde schrijver wordt door de vondst van zijn verloren adresboek gedwongen zich zijn getroebleerde jeugd in het Parijs van de jaren vijftig te herinneren.