Gerda van Erkel
Leestip van Gerda van Erkel

Als je niet meer weet of het de dood of het leven is dat roept

9 juni 2026 - 6 keer bekeken

“De stormen - Maaike Neuville” ****

Stop. Sta op de rem.

Lees traag. Wals elk woord in je mond. Proef het. Laat het resoneren in je hoofd.

Dat denk ik al van bij de eerste zinnen. Dit is voor fijnproevers.

Met hier en daar een bittertje van het leven dat moeilijk door te slikken is. In je keel blijft steken. De nasmaak van verdriet dat je kent. Als je een moeder verloor. Als je een moeder bent tot in je nieren, maar er tussen wil en daad oceanen liggen.

Stop. Sta op de rem.

Een paar pagina’s verder. Er is te veel overdaad. Te veel smaken tegelijk in mijn mond.

Te veel alles op een hoop, de hele maatschappij onder het vergrootglas.

Te gemaakt of te gezocht, zowel in beschouwingen van bovenaf als in het zoeken van de parallel.

Less is more.

Ik ben zo bezig met wegkauwen dat ik niet meer proef.

Ik zit te vol.

Maar los daarvan.

Los daarvan.

Ik ben gebeten.

Actrice Abbie Delange kruipt in de huid van de vergeten (fictieve) Ierse schrijfster Thérèse Mae Smith, Maeve van geboorte, uit het begin van de twintigste eeuw. Ze pleegde zelfmoord na een leven in de storm: kind van vrouwen die overleefden dankzij prostitutie komt ze na de brand waarin haar moeder omkomt in een weeshuis terecht. Vandaar in het klooster, waar ze de liefde van haar leven vindt en verliest. Gemis en de straf na de zonde doen haar in psychiatrie belanden. Een arts haalt haar daar buiten om met hem te trouwen, een verbintenis zonder liefde waarin haar alleen het schrijven rest.

‘Hoe graag wilde ik de juiste vorm aannemen, en hoe bang ben ik geweest om de leegte te zijn.’

Abbie, die Thérèses dagboeken leest om zich in haar rol in te leven, ergert zich vaak aan haar, zoals je dat doet aan je spiegelbeeld.

‘Ik heb overdreven weinig geduld met mensen die met veel gezwollen woorden zwelgen in romantisch zelfmedelijden.’

Abbie heeft haar eigen overlevingsmechanisme tegen de demonen. Er komt altijd een moment van vluchten. Maar het is niet zij die verdwijnt. Niet bewust.

‘Het is een magische kracht in mij die mij verwijdert van de mensen die ik ben beginnen liefhebben. Ik heb geen keuze.’

De rol van Thérèse, haar dagboek, roept bij Abbie die eigen demonen op.

Gaandeweg verstrengelen hun levens zich met elkaar, versmelten ze, lijkt ook Abbie de grond onder de voeten te verliezen.

Er zijn immers de gelijkenissen als zweepslagen. Het verlies van wie je geborgenheid moest geven, de worsteling met het moederschap, de parallellen tussen schrijven en acteren. Vrouw zijn in de kunst in een mannenwereld, nog altijd.

Abbie voelt zich door haar moeder, Cath, verwaarloosd, niet gezien.

Ze verdronk – of wilde ze niet meer verder? Kon ze niet meer?

Het beeld van de vrouw in het water achtervolgt Abbie.

Wat wil die vrouw van haar? En zij, wat wil ze haar nog zeggen?

‘Het daagt me dat ze zoveel meer droeg dan ik ooit geweten heb.’

En hoe ze zelf steeds meer op haar lijkt.

En hoe haar moeders dood, hoe de rouw om haar, door een samenloop van omstandigheden voor altijd verweven zal zijn met seks, en seks altijd ‘met afscheid en met schuldgevoel en met het fucking verlangen om te leven, hard, veel, grondig, diep, razend, het is geen verlangen, het is een beslissing.’

Seks die de leegte vult. Seks die vluchtig is. Geen engagement vraagt.

Wie zich hecht, verliest al bij voorbaat.

‘Het verleden verzamelen. Het verdwijnen tegenwoordig houden.’

Thérèse en Abbie zíjn de stormen.

‘Wij zijn niet de golven, wij zijn wat leeft en wat breekt, wij zijn wat raast en wat rust, wij zijn het midden en de randen, wij zijn niet het water, wij zijn niet de golven, wij zijn de stormen.’

En: ‘Ik flirt met het gevaar juist om het op een afstand te houden. Ik zoek de randen op om er niet af te vallen.’

En: ‘Opdat wij in het oog van eender welke storm veilig want eeuwig zouden zijn.’

De taal van de schrijfster weerspiegelt en echoot zowel het razen van de storm als de stilte in het oog ervan.

En als je over de storm schrijft, als je de stormen bent die je schrijft, dan neem je de lezer mee in die woeste kolking, die duisternis, in die torenhoog schuimende golven van woorden en raakt de lezer je onvermijdelijk af en toe kwijt – in het logische begrip, maar niét in de emotionele herkenning van de worsteling met de hoogtes en dieptes, met het verlangen, de fundamentele eenzaamheid, de liefde en de offers die het vraagt.

‘Vertrouw op de woorden voor je ze begrijpt, wees vrij met ze, het hart wil erdoorheen schijnen, dat is alles, geef het woorden, zij ordenen zichzelf wel.’

In de taal van Neuville moet je kopje onder durven te gaan en erop vertrouwen dat je weer boven komt. Maar het zou helpen om af en toe meer of langer in het oog van de storm te zijn.

‘Een kind maken is de hoop in jezelf opgeven’, schrijft Thérèse in haar dagboek.

Ze hoopt dat haar zoon de schrijver zal worden die zij niet mag zijn.

En Abbie ís in haar werk, in de rol die ze speelt en die tijdelijk is.

Het is ook de enige plek waar ze nog kan huilen, maar dan stroomt het ook, onhoudbaar, maar in het dagelijkse leven ‘is irritatie en dat is niet eens een emotie. En jaloezie, dat ken ik ook. Alleen ben ik er nog niet uit of dat wijst op het vermogen dan wel het onvermogen om waarlijk lief te hebben.’

‘Als ik ergens ben, dan mis ik niet waar ik niet ben.’

Alleen gescheiden door de afstand weet haar hart hoe het moeder moet zijn voor haar dochter Lucy.

‘Zal ik zwaar doorwegen in haar? En is dat gewicht iets wat ik te regelen heb? Mijn leven lang lichter worden zodat ik draaglijk ben nadat ik ben verdwenen.’

Maaike Neuville schreef een boek over vrouwen. Sterk, kwetsbaar en niet altijd even sympathiek.

Ze leven om in de stormen zichzelf te vinden of te blijven.

Vrouwen als zusterzielen in een mannenwereld.

De mannen in de roman zijn flets, een soort achtergrond. Ze irriteren de vrouwen of zijn misbaar. Soms zijn ze zelf gekwetste zielen, zoals Martin:

‘Buiging na buiging neemt hij, in kleine stukjes, afscheid. Zodat hij nooit meer in zijn leven verbaasd moet zijn als iemand hem weer in de steek laat.’

De mannelijke personages zijn weinig genuanceerd, met weinig recht op weerwoord, maar misschien is deze roman na eeuwen van het tegendeel wel het weerwoord van de vrouw die kiest? En daarom zwartwit, om niet meteen weer grijs en onzichtbaar te worden.

Geen ‘Dit is wie men wil dat ik ben’ meer. Een lichaam op een bankje dat een vreemde is geworden voor je gedachten, denkt Thérèse.

Een bijzonder mooie uitgave van een heftige, indringende, koortsige, zware, aangrijpende roman, waarin ik veel van mijn vroegere zelf herken; de eigen stormen zijn met 72 jaren wel getemperd. En met de stormen ook de theatraliteit van mijn taal.

Ik ben dan ook zeer nieuwsgierig om te zien hoe Maaike Neuville in haar schrijven verder groeit.

Gerecenseerd voor http://www.facebook.com/boeken...

Gerda van Erkel
Leestip van Gerda van Erkel

De stormen
Titel:
De stormen
Auteur:
Maaike Neuville
# pagina's:
357 p.
Genre:
Romans
Uitgeverij:
De Bezige Bij
ISBN:
9789403133096
Materiaal:
Boek
Onderwerp:
Identiteit, Moeders, Rouwproces, Seksualiteit, Mentale gezondheid, Kunst en vrouwen, Mens en natuur
Aanbevolen voor:
Aangrijpend,
Boeiend,
Indrukwekkend

Gerelateerde leestips