Patti Smith werpt het tapijt van haar leven uit, bekijkt waar ze zich bevindt en waar haar bestemming ligt
Het grootste succes van Patti Smith, de singer-songwriter die punk & poëzie verenigt, is geen album, maar een boek: haar alom bejubelde Just Kids uit 2010. Dit is haar memoir over de bijzondere band die ze kreeg met de fotograaf Robert Mapplethorpe tegen de achtergrond van de kunstscene in New York aan het einde van de jaren zestig. Alleen al in de VS ging het boek meer dan een miljoen keer over de toonbank, zo zegt ze zelf in het interview dat Dua Lipa met haar had voor haar Service95 bookclub.
In het naar mijn gevoel nog meeslependere Engelenbrood (2025) doorloopt ze haar hele leven, inclusief een ontregelende privéaangelegenheid die maakte dat ze zichzelf op haar zeventigste moest herdefiniëren. Maar beginnen doet ze bij het begin, met herinneringen aan haar magische kindertijd. Je komt daarna te weten hoe sommige van haar albums ontstonden. Ze vertelt hoe ze een leven als frontvrouw van een band in 1980 inruilde voor een teruggetrokken schrijversbestaan aan de zijde van de liefde van haar leven in de buurt van Detroit. Helaas overleed hij, de gitarist Fred ‘Sonic’ Smith, al in 1994.
Zevenenveertig was Patti Smith toen ze weduwe werd en achterbleef met hun twee kinderen. Maar veerkrachtig als ze is, laat ze haar verdriet hand in hand gaan met haar gave om te allen tijde ook het mooie in een mensenleven te omarmen. Zo deelt ze meermaals poëtische momenten en ‘onbezoedelde herinneringen aan spontane gebaren van goedheid’ die haar ooit ten deel gevallen zijn. Ze vloeien uit haar pen, maar niet als iets van vroeger, ze draagt ze in het nu nog altijd met zich mee.
Synopsis
Memoires van de Amerikaanse singer-songwriter, schrijver, dichter en beeldend kunstenaar (Chicago, 1946). Met zwart-witfoto’s.