Doet een antwoord er na 41 jaar nog toe?
Twee weken geleden las ik Gloed, de roman van de Hongaarse auteur Sándor Márai (1900-1989). Een dag voordien hadden we het boek vanonder het stof gehaald en een vakantie in Frankrijk leek me het juiste moment om er eindelijk mijn ogen op te leggen. Daar heb ik geen spijt van gehad. Gloed is zonder twijfel een van de beste romans die ik de afgelopen jaren gelezen heb.
Márai leidde zelf een bewogen leven. Hij was schrijver en journalist, leefde en werkte onder meer in Duitsland en Frankrijk en verliet na de Tweede Wereldoorlog uiteindelijk zijn geboorteland Hongarije. Zijn werk raakte tijdens de communistische periode in Hongarije grotendeels uit beeld. Márai leefde later in Italië en de Verenigde Staten en stierf in 1989 in San Diego. De grote internationale herwaardering van zijn werk heeft hij, zoals zoveel kunstenaars, zelf niet meer meegemaakt.
Gloed verscheen oorspronkelijk in 1942 onder de Hongaarse titel A gyertyák csonkig égnek. Pas vele jaren later werd de roman internationaal een groot succes. De Nederlandse vertaling van Mari Alföldi verscheen in 2000 bij Wereldbibliotheek.
Maar goed, het verhaal dus, want daarvoor zijn we hier. Een oude generaal, Henrik, krijgt op een dag bericht dat zijn jeugdvriend Konrád hem komt bezoeken. Op zich niets bijzonders, ware het niet dat de twee mannen elkaar al 41 jaar niet meer hebben gezien. Ooit waren ze onafscheidelijk. Ze groeiden samen op aan de militaire academie en werden, ondanks hun totaal verschillende afkomst en karakter, elkaars beste vriend en misschien zelfs elkaars zielsverwant. Tot Konrád plotseling verdween, niet lang na Henriks huwelijk met Krisztina.
Vrij snel begin je als lezer te vermoeden wat er destijds tussen Henrik en Konrád, of tussen de mannen en Krisztina, kan zijn gebeurd. Henrik en Konrád zijn twee totaal verschillende mannen. De ene lijkt vast te houden aan eer, principes en zekerheid; de andere kiest eerder voor afstand, stilte en uiteindelijk verdwijning. Tijdens het lezen begon ik hen steeds meer te zien als twee uitersten van één en dezelfde persoon: koppigheid, wanhoop en eer tegenover lafheid, wanhoop en angst.
Maar zijn dat eigenlijk wel tegenstellingen? Ik kon tijdens het lezen moeiteloos voorbeelden uit mijn eigen leven bedenken waarin de bovengenoemde veel dichter bij elkaar lagen dan we graag zouden toegeven. Dat is voor mij wat Márai bijzonder goed doet. Hij dwingt je als lezer voortdurend om opnieuw naar zijn personages te kijken, maar eigenlijk ook naar jij als personage uit je eigen leven.
Naarmate het boek vordert, wordt duidelijk hoezeer beide mannen gevangen zitten in hun eigen karakter. Konráds zwijgen is óók een beslissing. Het loopt als een rode draad door zijn leven en maakt hem in mijn ogen op een eigenaardige manier laf: door niet te spreken hoeft hij nooit volledig verantwoordelijkheid af te leggen.
Henrik doet ogenschijnlijk het tegenovergestelde. Hij wil praten, begrijpen, reconstrueren. Maar ook hij heeft zich jarenlang opgesloten in zijn eigen versie van het verleden. Wanneer de twee mannen uiteindelijk tegenover elkaar zitten, wordt hun gesprek daardoor iets heel bijzonders. Wat een dialoog zou moeten zijn, is in wezen een monoloog. Uiteindelijk wordt het grote geheim eigenlijk minder belangrijk dan alles wat eromheen ontstaat.
En misschien is dat wel de kern van Gloed. We kunnen ons leven lang wachten op erkenning, excuses of bevestiging, maar misschien verandert het antwoord uiteindelijk niets meer aan wat we zelf al die jaren hebben gedacht, gevoeld en geloofd.
Daarom vond ik Gloed uiteindelijk veel meer dan een roman over een oude vriendschap of een gebeurtenis uit een ver verleden. Het boek zette mij aan het denken over beslissingen die mensen nemen, over vriendschappen die veranderen, over verschillende fases in een mensenleven en vooral over gevoelens waaraan we soms - al dan niet - krampachtig blijven vasthouden.
Minder enthousiast was ik over sommige ideeën over mannen, vrouwen en vriendschap. De opvattingen die we lezen - vooral dan tussen mannen en vrouwen - voelden voor mij gedateerd en soms ronduit misogyn aan (kun je het begrijpen; uit die tijd?). Eveneens zijn het ook die uitspraken die nog steeds circuleren in 2026.
Precies daarin schuilt voor mij de tijdloosheid van deze roman. Henrik, Konrád en Krisztina behoren misschien tot een wereld die lang verdwenen is, maar als mensen zijn ze helemaal niet zo ver van ons verwijderd. Want uiteindelijk zijn we allemaal wel eens een Henrik, Konrád én Krisztina.
Synopsis
Als twee jeugdvrienden elkaar na veertig jaar weer ontmoeten, blijkt dat zich destijds een tragedie tussen hen heeft afgespeeld met betrekking tot de vrouw van een van hen.