"Er is een andere wereld, maar die zit in deze."
“Skippy sterft - Paul Murray” ****
Eerder las ik, op sterk aanraden, ‘De bijensteek’ van Murray, en ook dat haalde me compleet uit mijn comfortzone, maar zo overtuigend dat ik, toen ik dit bij de nieuwe aanwinsten zag staan, ik het me niet kon laten ontglippen.
Skippy’s dood, waarmee het boek begint, is overweldigend, tragisch en absurd.
Neergezakt bij een wedstrijdje donut-eten met zijn beste vriend Ruprecht, die ook zijn kamergenoot op Seabrook is, een Ierse kostschool voor jongens van rijke ouders. De internen zijn er door hun ouders om hun eigen redenen gedumpt.
De school heeft niet meer dezelfde uitstraling van ‘weleer’, de paters sterven uit maar Gods wil is nog alom aanwezig, al wordt hij niet altijd, ook niet door wie hem predikt, nageleefd.
Dertien zijn ze, het hechte vriendengroepje, en van iedereen is wel een kleinere of grotere hoek af. Elk van hen heeft zijn droom, elk zijn kwetsuur, maar over het eerste praat je gemakkelijker dan over het laatste.
Door hun lijf gieren de hormonen, met vlakbij de meisjesschool.
Er wordt dus hoog en met heilig vuur gedroomd. Over meisjes, seks, en ook weleens over de toekomst, als ze voor de laatste keer door de schoolpoort naar buiten zullen gelopen zijn.
De school als een soort van vagevuur van verveling, voor ze eindelijk aan hun hemel kunnen beginnen.
Maar tot het zo ver is moeten ze hun groeipijnen met iets kalmeren. De weemoed, de woede op de volwassenen, om hun leugens, om wat ze voorspiegelen wat het echte leven straks zal zijn, en als dat echt zo is gaan ze nog liever dood, maar zo ver zullen ze het niet laten komen.
Ze zullen voor zichzelf de toekomst veranderen.
En dat zullen ze ook, in die ene fatale herfst die volgt op Skippy’s dood.
Het tweede deel van het boek is één grote flashback, voorafgaand aan zijn dood, het laatste gaat over de verstrekkende gevolgen ervan.
Hoe kon het zo ver komen?
Waarom moest hij sterven?
Beschuldigende vingers wijzen alle kanten op, meestal naar anderen, hier en daar wijst iemand ook naar zichzelf.
Hoe kon het dat Skippy - een beetje een naïeve, net niet onzichtbare dromer - blijkbaar de lijm was die de vrienden bij elkaar had gehouden, zodat de groep na zijn dood uiteenviel? Ze zelfs vijanden werden.
En niet alleen de groep, ook hun individuele levens lijken plots uit elkaar te vallen, stuurloos zijn ze geworden in dat verpletterende gat dat zijn dood geslagen heeft.
De realiteit heeft de dromen ingehaald, en met de dromen lijken ook de mensen erachter gebroken.
Wat voor de jongeren geldt, geldt ook voor de volwassenen.
Ook bij hen komen er barsten in het perfecte plaatje, in de façade, het imago, de liefde. Ook hier moet een toekomst veilig gesteld worden.
Anderen worden nog verbitterder, nog meer ontgoocheld dan ze al waren.
En Howard, de wat sullige geschiedenisleraar, raakt helemaal de pedalen kwijt.
Hoe kon het allemaal zo uit de hand lopen?
Het is oorlog. De gelijkenis is frappant. In oorlog en liefde is alles geoorloofd.
En de geschiedenis leert niets, of toch?
Hoe groter de anarchie, hoe meer de school het hoofd moet bieden aan verontruste en steeds bozere ouders. Erger moet voorkomen worden, het imago van de school maar vooral het eigen hachje moet gered worden, en heeft het verleden al niet eerder efficiënte manieren aangeleverd? De doofpot. Het opofferen van de meest zwakken. Leugens. Een charme-offensief dat de spons moet vegen over wat er gebeurd is. Crisis als kans, of de een zijn dood is de ander zijn brood.
Murray schrijft in een wervelende stijl en vanuit de perspectieven van verschillende personages.
Zijn karakters zijn scherp en uitgediept, naarmate het verhaal vordert zie je hoe ze steeds meer, of net steeds minder zichzelf worden, ontsporen of een betere versie van zichzelf.
Na het eerste overweldigende hoofdstuk, dat van Skippy’s dood, raakte ik echter, gelukkig niet voor lang, de weg kwijt. Enerzijds in de veelheid van de personages, anderzijds in die mij o zo vreemde wereld van jonge jongens, hoe grof gebekt ze kunnen zijn, hoe vrouw-onvriendelijk, hoe maf, hoe ogenschijnlijk weinig lief voor elkaar, maar op andere momenten werd dat zowel tussen de regels als in een rake opmerking tegengesproken, in een onverwachte tederheid, betrokkenheid. Dan zag ik hun kwetsbaarheid, hun eenzaamheid, hun verloren zijn in hun lijf en in de wereld van de volwassenen. Mutatis mutandis waren hun dromen op zich ook niet zo anders dan de dromen die ik, misschien iets ouder dan dertien, ooit had.
En verder was ik niet altijd mee in Ruprechts wetenschappelijke theorieën, maar dat is niets nieuws onder de zon. Uiteindelijk ging het ook niet om de theorie maar om het doel dat ze beoogde. En laat het net dat doel zijn dat uiteindelijk leidt tot een pijnlijk mooie ontknoping, een katharsis, waarbij de valse noten van de kant van de macht blijven komen.
Wellicht had het hier en daar iets korter gemogen, de vrouwelijke personages genuanceerder, maar hoe dan ook is het een pageturner die je voor heel wat uren in een rollercoaster aan emoties stopt. Rauw, compleet maf, hartverscheurend en hartverwarmend.
Synopsis
Dit boek speelt zich af op een Ierse kostschool. De titel slaat op de dood van de veertienjarige Daniel Juster aan het begin van het verhaal. De rest van de roman is gewijd aan de periode vlak daarvoor, waarin Daniel verliefd wordt op het vriendinnetje van een medeleerling, zijn vriend in een wetenschappelijk experiment de tijd-ruimte-barrière probeert te slechten en een leraar met zijn privéleven en zijn relatie worstelt. Ook van andere leraren en leerlingen treden geheimen aan het daglicht.