Een onweerstaanbaar grappig boek
Het Bureau 1: Meneer Beerta (1996) is het eerste deel van de zevendelige romancyclus Het Bureau van Johannes Jacobus Voskuil. Het beschrijft het leven van Maarten Koning op een wetenschappelijk instituut in Amsterdam, in de periode 1957-1987. Dit instituut is gebaseerd op het P.J. Meertens-instituut, waar Voskuil zelf jarenlang werkte.
De hoofdpersoon Maarten Koning wordt in 1957 aangenomen door meneer Beerta bij Het Bureau. Maarten heeft weinig vertrouwen in het nut van het werk dat daar wordt gedaan. Toch blijft hij er werken.
Het grootste deel van de roman bestaat uit de dagelijkse gebeurtenissen op kantoor: gesprekken, vergaderingen, conflicten, roddels, personeelskwesties en kleine machtsstrijdjes. Er is daardoor nauwelijks sprake van een traditionele plot. Juist dat is kenmerkend voor deze auteur: het alledaagse wordt het onderwerp van de roman.
Wat me aantrekt in dit boek (en in de volledige romancyclus) is de droogkomische humor. Het is heel geestig, want Voskuil weet al die mensen op Het Bureau zo ontzettend krankzinnig neer te zetten dat je vaak niet bijkomt. Bovendien hebben Maarten Koning en zijn vrouw Nicolien allebei een ongelooflijk cynische kijk op de wereld.
Er mag wel eens gelachen worden in Nederlandstalige fictie, en dat is hier in de hoogste mate het geval. Dit boek verandert iedere argeloze beginner in een bladzijdenvreter die nauwelijks kan stoppen voor hij of zij aan het einde van deel zeven is.
Synopsis
Autobiografisch getint relaas van de menselijke verhoudingen op een wetenschappelijk instituut.