Met Kafka kun je alle kanten op
"Iemand moest kwaad van Josef K. hebben gesproken, want zonder dat hij iets slechts had gedaan werd hij op een ochtend gearresteerd." Dit is een heel mooi voorbeeld van het soort openingszin waarin het wezen van het hele boek al vervat is. In het geval van Het Proces is dat de hopeloze strijd van het individu tegen de ongrijpbare machten in de buitenwereld die erop uit zijn het te vernietigen.
Hoe vreemd dit ook klinkt, ik heb dit boek, een van de beroemdste romans uit de wereldliteratuur en in alle denkbare talen vertaald, pas nu gelezen. Had ik destijds Germaanse filologie in plaats van Romaanse taal- en letterkunde gestudeerd, dan zou ik dit werk ongetwijfeld via de verplichte leeslijst al eerder hebben gelezen. Opvallend is evenwel dat het om een onvoltooide roman gaat waarvan we alleen de hoofdstukken kennen die Franz Kafka, op één vertelling na, had willen vernietigen omdat hij het een mislukt boek vond. Het werk is geschreven in de periode 1914-1915 en werd postuum gepubliceerd in 1925.
Hoewel je met Kafka inhoudelijk alle kanten op kunt, en hij nog steeds een rolmodel is voor schrijvende satirici en pessimisten, heeft vooral zijn schrijfstijl mij bekoord, nog meer dan de inhoud van het boek. Hij gebruikt vaak een droge, administratieve stijl. De verteller beschrijft absurde gebeurtenissen in een neutrale, bijna objectieve toon. De formuleringen doen denken aan juridische of ambtelijke communicatie. Daardoor krijgt de roman een onpersoonlijke toon. Die bureaucratische taal heeft een vervreemdend effect. Als lezer krijg je het gevoel dat taal niet dient om waarheid te onthullen maar om macht uit te oefenen en verwarring te scheppen.
Bovendien schrijft Kafka geregeld lange zinnen met meerdere bijzinnen, waardoor gedachten ondergeschikt aan elkaar worden geordend. Het gevolg is dat je als lezer, net als de hoofdpersoon Josef K., voortdurend moet zoeken naar betekenis en houvast. De taalkundige structuur weerspiegelt dus inhoudelijk de onzekerheid van het personage.
Daarnaast blijven veel woorden en gebeurtenissen dubbelzinnig. Cruciale begrippen zoals 'schuld' of 'wet' worden nooit precies gedefinieerd.
In gesprekken spreken personages vaak langs elkaar heen. Dialogen lijken logisch opgebouwd maar leveren nauwelijks echte informatie op. En door de geregelde herhaling van woorden en zinsstructuren ervaar je als lezer dezelfde uitzichtloosheid, onzekerheid en vervreemding als Josef K.
In dit boek is de schrijfstijl veel meer dan een middel om een verhaal te vertellen. Het is een essentieel onderdeel van de betekenis van de roman. In de droge feitelijkheid waarmee de gebeurtenissen worden verteld zit bovendien een eigenaardige vorm van humor. Hoe ernstig en bevreemdend de situaties in het verhaal ook mogen zijn, ik heb tijdens de lectuur vaak erg moeten lachen. Als een schrijver zoiets vermag, dan kan ik niet anders dan blij zijn dat dit boek alsnog in mijn lezende leven is gekomen.
(Nog dit: een grote meerwaarde van deze Salamander-uitgave, inmiddels de dertiende druk uit 2024, is de toelichting 'Bij deze uitgave' van Malcolm Pasley, evenals het nawoord van de vertaler, Willem van Toorn.)
Synopsis
Een jongeman staat terecht zonder dat hem duidelijk wordt op welke beschuldiging.