Wie zijn verleden niet werkelijk begrijpt, is gedoemd het opnieuw te beleven. Het is tijd om Honderd jaar eenzaamheid te herlezen.
Sinds de publicatie van Honderd jaar eenzaamheid in 1967 en vooral sinds zijn uitverkiezing door de Zweedse Academie (1982) gold Gabriel García Márquez als de vaandeldrager van het magisch realisme, een etiket waar hij zich altijd tegen verzet heeft. In zijn rede bij aanvaarding van de Nobelprijs beklemtoonde hij dat de Zuid-Amerikaanse realiteit bizarder is dan lezers uit het Westen zich kunnen voorstellen. Zijn weergave van de Colombiaanse werkelijkheid is niet wezenlijk anders dan de manier waarop zijn grote voorbeeld Faulkner het Diepe Zuiden van de Verenigde Staten mythische dimensies heeft gegeven.
Márquez' microkosmos heet Macondo en is een nauwelijks verholen portret van Aracataca, het dorpje waar hij opgroeide als zoon van een telegrafist en een kolonelsdochter. De geschiedenis van zijn familie en de verhalen van zijn grootmoeder zijn de voornaamste inspiratiebronnen voor zijn eerste verhalen en natuurlijk voor Honderd jaar eenzaamheid.
Dit is een baanbrekende roman die het vlaggenschip werd van de Zuid-Amerikaanse literaire boom van de jaren 60. Ik las dit boek voor het eerst tijdens mijn studies Romaanse filologie begin jaren 80. Het boek staat nu terug in de belangstelling door de grootse verfilming die momenteel te zien is op de streamingdienst Netflix. De Nederlandse editie die nu voor mij ligt is de eenentachtigste druk uit 2024, in de vertaling uit het Spaans door Mariolein Sabarte Belacortu.
Beginnend met een klassiek geworden flashback ('Vele jaren later, toen hij voor het vuurpeloton stond, moest kolonel Aureliano Buendía vast aan die verre middag denken, waarop zijn vader hem had meegenomen om het ijs te leren kennen.') beschrijft dit wervelend gestileerde epos het wel en wee van het geslacht Buendía en het stadje Macondo dat door stamvader José Arcadio in de moerassige binnenlanden van de Zuid-Amerikaanse kuststreek is gesticht.
De doden lopen er rond tussen de levenden, mensen worden oud als Mathusalem, visioenen en vreemde verschijnselen zijn aan de orde van de dag. Daartussendoor ontrolt zich een keten van oorlog, revolutie en vernietigende modernisering die zich laat lezen als een groteske allegorie op de Colombiaanse (en Caraïbische) geschiedenis van de 19de en 20ste eeuw.
Lees Honderd jaar eenzaamheid niet als 'een beroemde klassieker die je moet afvinken', maar als een merkwaardig, soms frustrerend en vaak briljant experiment met tijd, geheugen en geschiedenis.