Dromen voor je leven
“Kantelpunt - Gabriel Tallent” *****
Laat ze niet doodgaan, dacht ik maar steeds, laat ze in godsnaam niet doodgaan.
En ik plakte daar met hen tegen de rots, met zweethanden en ingehouden adem en kwam, zoals ik altijd doe als ik bang ben, in de verleiding om mijn ogen dicht te doen, dan zou het niet gebeuren.
Tamma en Dan. Twee tieners, groeien op in armoede en in disfunctionele gezinnen, maar ook aan de rand van de woestijn die een klimparadijs is. Voor hen een uitweg, een droom om uit hun luizige leven weg te komen. Het is hun enige hoop.
Ze kennen elkaar van toen ze klein waren, hun moeders waren vriendinnen. Tot er een kink in de kabel kwam, de vriendschap en het leven van de moeders stuk liepen, met naweeën die doorzinderden tot in hun kinderen. De emotionele erfenis waar ze zich van zullen moeten ontdoen.
Dans moeder heeft psychische problemen, die ze wijt aan een pijnlijke hartoperatie. Daar diep onder zit haar eigen opgebrande droom om schrijfster te worden.
‘Ik heb er mijn ziel en zaligheid in gestopt, er alles wat ik in me had gegeven om het zo vol te stoppen met mededogen en schoonheid dat het niet genegeerd kon worden.’
Maar toen die droom uitkwam, volgde er niet het gevoel van vervulling, alleen leegte, alleen de dagelijkse realiteit.
Dan moet het beter doen dan zij. Hij moet naar de universiteit gaan. Geld verdienen, dat het leven niet zinvoller maar in elk geval aangenamer maakt.
Al heel zijn leven hunkert Dan naar haar liefde en waardering.
Al heel zijn leven vecht hij met de eigen innerlijke leegte die hem de angst aanjaagt dat hij zoals zijn moeder is.
Tegen de depressie helpen geen kleine succesjes, daar moet je iets groots tegenover stellen om eindelijk uit te vinden dat je iets betekent, dat je talent hebt, dat je het verdient om bij de beste klimmers te horen.
Daarnaast is Dan slim, een haast briljant student. Een kans die hij niet mag laten schieten. Niet voor zijn ouders, niet van de decaan die hem uitzonderlijk begaafd noemt – en al zeker niet voor een meisje als Tam. Want vriendschappen komen en gaan en dat meisje, dat lastpak, is het niet waard. In niemands ogen. Maar niemand kent haar zoals Dan.
Tams moeder wreekt haar eigen onvermogen iets van het leven te maken op haar dochter. Ze misprijst haar constant, maakt haar verwijten waar ze zelf in tekort schiet, terwijl Tamma het gezin rechthoudt, alle ballen in de lucht houdt. Ze is een probleemoplosser. Haar optimisme en haar hart zijn even groot. Met angst en boosheid kom je immers niet verder. Opgeven staat niet in haar woordenboek.
Iemand in de steek laten ook niet.
Dan en Tamma klimmen. Met de middelen die ze hebben. En met elkaar.
‘Je doet de klim samen, maar je verkeert tijdenlang uit elkaars zicht, ieder op zijn eigen persoonlijke reis. Je moet de ander blind vertrouwen.’
Het klimmen wordt steeds zwaarder. Het loopt parallel met hoe hun leven loopt.
Tot ze beiden, elk op de eigen tocht, tot een kantelpunt komen. Doorgaan of omkeren, toppen of vallen. Dromen en gaan voor de enige wereld die van henzelf is, of kiezen voor de zekerheid, waar ze eigenlijk van walgen.
Een roman over je leven op het spel zetten voor een droom en in alles voelen dat je leeft.
Want wachten op zekerheid heeft geen zin. En een leven met alleen zekerheden geeft geen uitdaging en dus ook geen vreugde.
‘Mensen die op zoek zijn naar betekenis, die de waarde van hun leven niet afmeten aan de mate waarin ze zich hebben ingedekt tegen de wisselvalligheden van het lot, maar aan hun gloeiende nabijheid tot de werkelijkheid.’
Een écht leven in een échte wereld met échte mensen.
Dus laat ze niet doodgaan, dacht ik, laat ze niet doodgaan.
Alsof ook mijn geloof in mijn droom ervan hing. Ze waren mijn soulmates.
En terwijl ik niet anders wilde dan weten hoe het afliep, wilde ik het boek ook niet uit hebben.
Ik wou geen afscheid van hen nemen.
Dus neem ik ze mee, nog voor dagen en lager onder mijn huid…
Een gelaagde roman, indringend, ontzettend pijnlijk, verschrikkelijk hartverwarmend, fantastisch, teder en rauw, ontroerend, meeslepend tot de laatste zin.
Personages van vlees en bloed, en met een ijzersterke karaktertekening.
Vlotte taal, wijze zinnen afgewisseld met jongerenspreektaal waar ik even in moest komen – wat ook wel lukte, alleen dat godsamme… dat krijgt zelfs een steengoede vertaler niet door mijn strot.
Nu geniet ik na, herkauw mijn eigen herinneringen aan twintig zomers in de bergen.
Altijd hoger, altijd steiler. De drang om jezelf uit te dagen, te overstijgen.
De immense vreugde van het afzien, de ontlading op de top, het vergezicht, hoe klein en tegelijk hoe groot je dan bent. Hoe van kop tot teen jezelf. Hier. Nu.
En morgen is morgen is weer een dag.