Een indringende psychologische roman over lichamelijke kwetsbaarheid
Les Anneaux de Bicêtre (1962) is een van de belangrijkste 'romans durs' van Georges Simenon.
Het boek draait om René Maugras, een succesvolle Franse journalist en zakenman, die na een zware beroerte terechtkomt in het ziekenhuis Bicêtre bij Parijs. Hij is half verlamd en kan aanvankelijk niet spreken. Terwijl hij ogenschijnlijk passief in zijn bed ligt, is zijn bewustzijn volledig intact.
In deze toestand beleeft Maugras een innerlijke reis. Hij is overgeleverd aan artsen en verpleegkundigen en verliest in één klap zijn maatschappelijke status en zijn autonomie. Vanuit deze machteloosheid begint hij zijn leven te heroverwegen: zijn carrière, zijn relaties, zijn cynisme en zijn emotionele kilte.
Simenon gebruikt een afstandelijke en onopgesmukte vertelstijl maar laat je als lezer diep doordringen in Maugras' innerlijke wereld. De lichamelijke immobiliteit staat in scherp contrast met de mentale intensiteit van het verhaal. De tijd verloopt traag en fragmentarisch, net als Maugras' herstelproces.
Wie ben je als je lichaam je in de steek laat? Maugras' zelfbeeld, dat sterk verbonden was met zijn status en prestaties, brokkelt af.
In deze meesterlijke roman toont Simenon hoe een mens pas werkelijk naar zichzelf kijkt wanneer alle uiterlijke zekerheden wegvallen. Het is een intens boek dat lang blijft nazinderen. Ik las het in de uitgave van Presses de la Cité, Livre de Poche 31230, herdrukt in 2020. De titel van het boek verwijst naar het gebeier van de klokken van de Église de la Sainte-Famille du Kremlin-Bicêtre in de buurt van ziekenhuis Bicêtre.
(In eerdere leestips besprak ik al drie andere psychologische romans van Georges Simenon: Le chat (1967), La neige était sale (1954) en En cas de malheur (1958). Het zijn stuk voor stuk meesterwerken geschreven in een toegankelijk Frans.