‘Met u is het de moeite waard om te sterven.’
Marianne Helldegen, de achtentwintigjarige echtgenote van een rijke Duitse ondernemer en moeder van Günther, ontmoet de schrijver Berthold Möncken voor het eerst bij de uitreiking van een literatuurprijs. Zij vertegenwoordigt op het event de firma van haar man, die de prijs in het leven riep. Hij, Berthold, is het prijsbeest. Tijdens de plechtigheid heeft Marianne hem vanop afstand voortdurend in de gaten.
Wanneer ze er eindelijk in slaagt om zich een weg naar hem toe te banen, staan ze plots tegenover elkaar. Alleen: er wil dan geen woord over haar lippen komen. Ze wacht. Ze zou wel zijn stropdas willen rechttrekken, om iets om handen te hebben. Hoelang ze daar zo staan? Allicht korter dan het lijkt. En dan neemt hij het woord: ‘Met u is het de moeite waard om te sterven.’
Marianne weet op slag dat ze haar man Max en hun zoontje Günther zal verlaten. Hoe dat in zijn werk gaat, en waar het op uitdraait, dat vertelt ze met een ontwapenende openhartigheid. Maar tegenover die wijd opengegooide ramen van haar ziel staat tegelijk ook haar (h)eerlijke onbetrouwbaarheid als vertelster, wat haar relaas des te innemender maakt.
Op z’n laatst in november verscheen in het Duits in 1955 en wordt wel eens vergeleken met Madame Bovary. Net zoals Emma Bovary in Flauberts roman verlaat Marianne inderdaad man en kind in de hoop bij haar minnaar verlost te raken van de leegte, banaliteit en middelmatigheid van haar provinciale leven. In mijn ogen houdt de vergelijking hier evenwel op. Waarom ik dat zo zie, lees je in deze post op mijn weblog.
Synopsis
Een vrouw verlaat haar man en kinderen voor een schrijver, maar het leven met hem is anders dan ze had verwacht. Ze probeert zich weer te schikken in haar oude leven, tot hij op een avond dronken op de stoep staat.