Sonnetten van William Shakespeare. Woorden die blijven spreken
Naar aanleiding van Gedichtendag 2026 breng ik graag sonnet 81 van William Shakespeare onder de aandacht.
Onsterfelijkheid door poëzie is het thema van dit sonnet.
De dichter zich tot de geliefde en stelt dat de herinnering aan de ander zal voortleven. Wat er ook gebeurt, de poëzie overwint de dood.
"Your monument shall be my gentle verse", zo klinkt het in de 9de regel De poëzie wordt hier letterlijk een grafmonument, sterker dan steen of marmer.
Het slotcouplet benadrukt nog eens krachtig de kernboodschap: zolang mensen lezen en ademen zal dit gedicht bestaan, en dus ook de geliefde. Ware onsterfelijkheid ligt niet in roem of monumenten maar in woorden die blijven spreken. Shakespeare laat hier zien dat hij zich zeer bewust is van zijn eigen literaire waarde.
In deze door van Oorschot prachtig uitgegeven bundel heeft Peter Verstegen de sonnetten van Shakespeare vertaald. Op de linkerbladzijde vind je telkens het Engelse origineel, en rechts de Nederlandse vertaling.
Hierbij dan het gedicht en de vertaling (uit mijn editie, zesde druk van maart 2008, pagina's 88 en 89):
81
Or I shall live your Epitaph to make,
Or you survive when I in earth am rotten,
From hence your memory death cannot take,
Although in me each part will be forgotten.
Your name from hence immortal life shall have,
Though I (once gone) to all the world must die,
The earth can yield me but a common grave,
When you entombèd in men's eyes shall lie.
Your monument shall be my gentle verse,
Which eyes not yet created shall o'er-read,
And tongues to be your being shall rehearse,
When all the breathers of this world are dead.
You still shall live (such virtue hath my Pen)
Where breath most breathes, even in the mouths of men.
81
Of ik leef lang en zal je grafschrift schrijven,
Of jij gedenkt dat ik tot stof verging,
Al zou er ook van mij niets overblijven,
De dood rooft nimmer jouw herinnering.
Dit vers geeft aan jouw naam het eeuwig leven,
Al ben ik voor de wereld heengegaan,
Mij kan de aarde een arm graf maar geven,
Jouw tombe blijft voor 's werelds oog bestaan.
Mijn teder vers, voor jou een monument,
Zullen nog ongeboren ogen lezen,
Terwijl menige tong jouw naam nog kent
Als geen die ademhaalt er meer zal wezen.
Mijn pen zal maken dat jij overleeft
Zolang de mensheid mond en adem heeft.
Synopsis
De sonnetten van de Engelse dichter (1546-1616) met vertaling, prozavertaling en uitvoerige toelichtingen.