Jan Vandekerckhove
Leestip van Jan Vandekerckhove
De treinlezer

De Woutertje Pieterse Prijs bestaat nog steeds, maar kennen en lezen we Woutertje Pieterse nog?

3 oktober 2026 - 13 keer bekeken

De Woutertje Pieterse Prijs werd in 1987 ingesteld en voor het eerst uitgereikt op 4 april 1988. Inmiddels is in 2026 de 39ste editie uitgereikt, dit keer aan Bart Moeyaert en Mark Janssen, voor Atman!

Maar in deze leestip wil ik het over Woutertje Pieterse hebben, het personage van Multatuli. De tekst verscheen aanvankelijk in delen vanaf 1862 als onderdelen van de zeven bundels Ideeën, die ik al besprak in een eerdere leestip, en werd in 1891 postuum gepubliceerd.

Woutertje is een dromerige, nieuwsgierige jongen die voortdurend botst met de kleinburgerlijkheid om hem heen. (De Woutertje Pieterse Prijs wilde net als Woutertje 'afwijken van de deugd'. Eigenzinnige en literaire kinderboeken bekronen in plaats van boeken die uitsluitend braaf of opvoedend zijn.)

Multatuli zou natuurlijk Multatuli niet zijn als hij Wouters ervaringen niet zou gebruiken om de Nederlandse maatschappij van de negentiende eeuw kritisch te bekijken. De roman bevat veel kritiek op de manier waarop kinderen worden opgevoed. Wouter krijgt weinig ruimte om zelfstandig na te denken.

Wouters fantasiewereld is voor hem een manier om aan zijn dagelijkse omgeving te ontsnappen. Tegelijkertijd zorgt zijn sterke verbeelding ervoor dat hij de werkelijkheid soms verkeerd inschat.

Multatuli is geen onzichtbare verteller. Hij spreekt de lezer rechtstreeks aan, maakt opmerkingen over zijn eigen verhaal en onderbreekt de gebeurtenissen met beschouwingen. Zoals steeds bij deze briljante auteur zijn de humor en ironie belangrijk. Hij laat je geregeld nadenken over de vraag wie er eigenlijk gelijk heeft.

Hij begint zijn verhaal als volgt (en ik geef het weer in de originele spelling):

"Het jaar weet ik niet. Daar ge er belang in stelt, lezer, het tydstip te weten, waarop de geschiedenis aanvangt, die 'k u verhalen wil, zal ik 'n paar punten opgeven als jalons.

Myn moeder klaagde over de duurte van levensmiddelen en brandstof. 't Moet dus geweest zyn vóór de ontdekking der staathuishoudkunde. Onze meid was getrouwd met den barbiersknecht die maar één been had. 'Dat was zo zuinig, meende de ziel, om 't schoeisel.' Daaruit zou men nu weer besluiten, dat de staathuishoudkunde wél uitgevonden was.

Hoe dit zy, 't is lang geleden. Men zeide nog niet: ik heb bepaald pyn in 't hoofd, Amsterdam had nog geen trottoirs, de inkomende rechten bestonden nog, men gebruikte in zekere beschaafde landen nog galgen, en stierf niet zo dagelyks aan anevrismen. Ja, 't is lang geleden. (...)

In de Hartenstraat dan was 'n leesbibliotheek. Een kleine jongen met 'n stadskleurig gezicht, stond op de stoep, en scheen besluiteloos. Het was hem aan te zien dat-i gebukt ging onder 'n plan boven zyn kracht. Telkens stak-i de hand uit naar de kruk van de deur, en telkens veranderde hy die halfvolbrachte beweging in een onnodig neertrekken van 't rechthoekig hemdskraagje, dat als 'n juk op zyn schouders lag, of in 'n even onnodig tegenhouden van 'n gemaakte kuch.

Schijnbaar verdiept in de beschouwing der bonte twee-duits-prenten, die de glazen voordeur van den aandoeningswinkel maakten tot 'n staalkaart van onbegrypelyke dieren, vierkante bomen en onmogelyke soldaten, dwaalde z'n blik gedurig scheef-uit, als van iemand die vreest betrapt te worden op misdryf. 't Was duidelyk dat-i 'n opzet in den zin had, dat ten eeuwige dagen moest verborgen blyven voor de blikken van voorbyganger en nageslacht, en wie bovendien lette op de krampachtigheid , waarmee hy, met de linkerhand onder 't opgeschort kieltje, iets scheen te betasten en te knypen in z'n broekzak, zou allicht op 't denkbeeld zyn gekomen, dat Wouter voornemens was huisbraak te plegen, of zo-iets.

Want hy heette Wouter.

't Is wel gelukkig dat ik op 't idee ben gekomen z'n geschiedenis te verhalen, en ik beschouw 't als 'n eerste plicht u te zeggen dat-i volkomen onschuldig was aan poging tot huisbraak of moord. Maar 't zou me veel waard zyn, hem even bondig te kunnen vryspreken van andere vergrypen. 't Voorwerp dat-i heen en weer keerde in z'n linkerbroekzak, was (...) niet meer of minder dan z'n intrede in de toverwereld der romanlektuur: hy wilde Glorioso lezen."

Zeg nu zelf, als je door de oude spelling heen kijkt, dan lees je hier een tijdloos frisse en levendige tekst. Het verhaal van een fantasierijke jongen die probeert zichzelf te ontwikkelen in een maatschappij die weinig ruimte laat voor individualiteit en kritisch denken, spreekt nog steeds aan. Ik kan enkel maar hopen dat Woutertje Pieterse vandaag en in de toekomst nieuwe lezers zal vinden. Wie het leest, zal er gegarandeerd veel plezier aan beleven.

Gelukkig bevat de collectie van de bibliotheek van Oostende dit schitterende boek, een van mijn persoonlijk favorieten. In 2002 kon ik een oude pocket-editie uit 1958 (in twee delen) van Woutertje Pieterse op de tikken, een uitgave die ik koester en een ereplaats heeft in mijn persoonlijke bibliotheek.

Synopsis

Verhaal over de groei van de kinderziel in een uiterst bekrompen, kleinburgerlijke samenleving, afgewisseld met beschouwingen van de schrijver.

Jan Vandekerckhove
Leestip van Jan Vandekerckhove
De treinlezer

Woutertje Pieterse
Titel:
Woutertje Pieterse
Auteur:
Multatuli
# pagina's:
758 p.
Genre:
Satiren
Uitgeverij:
Athenaeum-Polak en Van Gennep
ISBN:
9789025368104
Materiaal:
Boek
Onderwerp:
Brussel, Nederland, Amsterdam, 19de eeuw, Kinderen, Kinderwereld (vertelperspectief), Kleinburgerlijkheid
Aanbevolen voor:
Kleurrijk,
Meesterlijk,
Ontroerend

Gerelateerde leestips