De uitnodiging tot de reis
Sommige dichtbundels zijn bronnen van tijdloze schoonheid die je begeleiden doorheen je hele levensweg. Les Fleurs du Mal (1857) van Charles Baudelaire is er zo een.
Of je die gedichten nu over je heen laat komen zonder uitleg of, als je zoals ik tijdens je studies Romaanse filologie aan de KU Leuven een grondige letterkundige analyse krijgt van die teksten, het maakt niet uit. Deze gedichten blijven je ontroeren.
Vaak vind je in Les Fleurs du Mal sonnetten, zoals bijvoorbeeld het onvolprezen Les chats. Deze dichtvorm geldt als het ultieme bewijs van je meesterschap als dichter, een beetje zoals het strijkkwartet dat is voor de klassieke componist. Het is een perfecte compositie waarbij de woorden in steen lijken gebeiteld.
Tijdens de Poëzieweek nodig ik je dan ook graag uit om deze gedichten te (her)lezen, bij voorkeur in het Frans, maar ook de prachtige tweetalige uitgave waarbij de Nederlandse vertaling werd bezorgd door Peter Verstegen, zal je zeker kunnen bekoren.
Alvast een voorbeeld: het eerste deel van het gedicht L'invitation au voyage.
L'INVITATION AU VOYAGE
Mon enfant, ma soeur,
Songe à la douceur
D'aller là-bas vivre ensemble!
Aimer à loisir,
Aimer et mourir
Au pays qui te ressemble!
Les soleil mouillés
De ces ciels brouillés
Pour mon esprit ont les charmes
Si mystérieux
De tes traîtres yeux,
Brillant à travers leurs larmes.
Là, tout n'est qu'ordre et beauté,
Luxe, calme et volupté.