Een scherpe diagnose van de toestand van de democratie in de 21ste eeuw
Met Absolute democratie (2026) levert Ilja Leonard Pfeijffer een scherpe diagnose van de toestand van de democratie in de eenentwintigste eeuw.
Het boek presenteert zich als een 'kroniek van een aangekondigde afrekening'. De auteur laat zien dat de democratie niet vernietigd wordt door een externe vijand maar van binnenuit verandert in wat hij 'absolute democratie' noemt: een democratie die in naam van de democratie haar eigen klassieke fundamenten (zoals de scheiding der machten) ondermijnt.
De afzonderlijke teksten van deze essaybundel verschenen tussen begin januari 2024 en half december 2025 tweewekelijks als artikelen in de krant De Morgen.
Pfeijffer betoogt dat democratie vandaag vaak wordt gezien als het simpelweg uitvoeren van de wil van de meerderheid zonder voldoende waarborgen en 'checks and balances'. In deze zogenaamde 'absolute democratie' worden instellingen als rechtsstaat, onafhankelijke rechtspraak en andere checks juist gezien als obstakels voor wat de meerderheid wil bereiken. En dat is iets wat volgens de auteur fundamenteel ingaat tegen klassieke democratische principes.
Een sterk punt van deze essays is dat ze zich niet beperken tot kritiek. Pfeijffer probeert ook de oorzaken en mechanismen van deze ontwikkelingen bloot te leggen en schetst ideeën over hoe een betere, veerkrachtigere democratie eruit zou kunnen zien.
Dit is meteen een oproep tot herwaardering van klassieke democratische instellingen en waarden, en een routekaart naar een betere toekomst.
Op pagina 303-304 lezen we het volgende: "'Democratie had ons de vrijheid gegeven,' zegt Alkibiades in mijn gelijknamige roman, en 'daarmee een heilige reden waarom wij de oorlog niet mochten verliezen, maar met democratie gingen wij de oorlog niet winnen.' Deze voorspelling dreigt in onze tijd te worden bewaarheid, zoals hij in Alkibiades' tijd uitkwam, ten gevolge van ons onvermogen om het algemene belang te laten prevaleren. De hoop is dat een ongekend ambitieus gemeenschappelijk project als de constructie van een waarlijk rechtvaardige samenleving en van een machtig Europa, dat zoals Athene in zijn hoogtijdagen een voorbeeld durft te zijn voor de wereld, inspireert tot verantwoordelijkheid en enthousiasme voor het collectieve belang. Dat is de enige hoop."
Dit vlijmscherpe en uitdagende werk nodigt je als lezer uit om na te denken over wat democratie betekent. Het is zowel een kroniek als een analyse, geschreven in een virtuoze stijl, zoals we dat van Ilja Leonard Pfeijffer gewoon zijn.
(In eerdere leestips besprak ik al twee andere, zeer lezenswaardige non-fictie bundels van Pfeijffer: Ondraaglijke lichtheid (2019) en Quarantaine (2021).)