Een moment van wereldwijde stilstand dat onze kwetsbaarheid, eenzaamheid en behoefte aan betekenis onthulde
Quarantaine. Dagboek in tijden van besmetting (2021) van Ilja Leonard Pfeijffer is een bijzonder boek, omdat het een mengvorm is van dagboek, essay en literaire reflectie.
Pfeijffer schreef het tijdens de eerste maanden van de coronapandemie, toen Italië - en vooral zijn woonplaats Genua - zwaar getroffen werd.
Op 9 maart 2020 schreef hij de eerste aflevering, die de dag daarop werd gepubliceerd in NRC Handelsblad. De Standaard publiceerde de stukjes in België. De laatste aflevering in De Standaard was die van vrijdag 19 juni 2020, gepubliceerd op de dag daarna.
Dit dagboek biedt niet alleen een persoonlijke blik op die periode, maar ook een bredere culturele en maatschappelijke beschouwing over hoe een pandemie ons wereldbeeld en gewoonten aantast.
Hoewel dit werk als dagboek gepresenteerd wordt, is het geen simpele opsomming van gebeurtenissen. De auteur gebruikt de pandemie als aanleiding voor gedachten over uiteenlopende thema's als kwetsbaarheid en sterfelijkheid, de rol van kunst en literatuur in crisistijd, globalisering en de grenzen van de vrije markt, digitale eenzaamheid en sociale afstand, én niet het minst, de illusie van vooruitgang.
Zoals steeds bij deze schrijver - een favoriet van menig Oostends stadslezer - is de stijl retorisch, rijk en intellectueel, met ironische wendingen en literaire verwijzingen. Wat ik zeker kan smaken, is dat hij schrijft met een mengeling van ernst en spot, waarbij hij zijn eigen positie als schrijver in isolatie kritisch onderzoekt.
Het virus besmet niet alleen onze lichamen, maar vooral ook onze gedachten. We kunnen onze lichamen misschien immuun maken, maar voor onze gedachten bestaat er geen vaccin.
Is er ondanks alle mooie intenties na de pandemie iets veranderd? Niet echt...in de zomer denkt niemand aan de herfst.