... en vertel hoe ik dat toch doe.
‘Hoe meer mensen hun leven beëindigden, des te beter het was voor het klimaat, helemaal als het mensen waren die varkens aten en elke dag twintig minuten onder de douche stonden.’ Aan het woord is een jonge vrouw die probeert ‘door te leven’ na het verlies van haar tweelingbroer, die zichzelf verdronk.
Dit en nog veel meer lakonieke opmerkingen lees je in deze recent verschenen roman, waarin de schrijfster dagelijkse observaties verweeft met diepere bepeinzingen over leven en dood, over jezelf doseren, over verdwijnen en al dan niet terugkeren, … De hoofdstukjes waarin ze dat alles op de lezer loslaat, zijn kort, soms heel kort, alsof ze alles toch niet te diep wil laten doordringen, de lezer zo niet te diep wil meetrekken in het existentiële bad waarin ze na de dood van haar broer rondspartelt. Ondanks de droogkomische toon een heel indringend boek, als je houdt van schrijvers die woorden zoeken en vinden om het onbeschrijfbare toch in taal te vatten.
Synopsis
Een jonge vrouw en haar tweelingbroer zijn van plan op hun 28ste samen naar New York te verhuizen, maar dan wil hij dat opeens niet meer en neemt hij afstand van haar.