Je bent achttien en wil een ‘glans’ worden
De Duitse schrijfster Irmgard Keun was naïef en briljant, grappig en wanhopig, melancholiek en vurig. Dit wisselende temperament weerklinkt ook in de achttienjarige Doris, die in Het kunstzijden meisje ‘een glans’ wil worden als theater- of filmactrice. De roman uit 1932 neemt de vorm aan van haar memoir – dagboeknotities vindt Doris te kinds voor iemand als zij, die ‘wil schrijven als film, want zo is mijn leven’.
Dat schrijven doet ze zoals ze denkt: soms in kromme zinnen, springerig en in rake beelden die vaak hilarisch zijn. Na een eerste poging om in haar provinciale geboortestad door te breken in de theaterwereld, blijft ze met lege handen achter, op een gestolen bontmantel na:
‘Toen zag ik aan een haak een jas hangen – zo’n lieve zachte pels. Zo teer en grijs en verlegen, ik had die vacht wel kunnen kussen, zo’n liefde voelde ik ervoor. Hij gaf een idee van troost en Allerheiligen en opperste veiligheid als een hemel. Het was echt grijs eekhoornbont. Trok ik zachtjes mijn regenjas uit en de pels aan, en naar mijn alleengelaten regengeval kreeg ik last van een triest geweten, als een moeder die haar kind niet wil omdat het lelijk is. Maar ik zag eruit!'
Vervolgens gaat ze met een koffer vol lef en ambitie haar geluk zoeken in het bruisende Berlijn. Met inzet van haar vrouwelijke charmes kan ze het er een tijdje uitzingen, al komt ze ook daar keer op keer weer alleen en onbemiddeld op straat te staan. Bij de pakken blijven neerzitten, staat evenwel niet in haar woordenboek.
Vier jaar nadat ze Het kunstzijden meisje schreef, belandde Irmgard Keun in Oostende. In deze post op mijn weblog lees je hoe dat kwam en hoe het haar in de koningin der badsteden verging.
Synopsis
Een secretaresse van een advocaat uit de provincie trekt naar Berlijn waar ze zich stort in het leven in danstenten, bars en literaire café's.